ECLI:NL:RVS:2022:279
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling wegens medische behandeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 september 2019 het verzoek van een vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vw Pro 2000 af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris het besluit op 6 oktober 2020 opnieuw ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde dit in haar uitspraak van 30 april 2021. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de feitelijke toegankelijkheid van noodzakelijke medische behandeling aan de eerder in de asielprocedure vastgestelde geloofwaardigheid van identiteit en nationaliteit van de vreemdeling uitdrukkelijk betekenis moet toekennen. Zonder concrete aanwijzingen voor twijfel mag niet worden verlangd dat de vreemdeling originele documenten overlegt.
De Afdeling oordeelde dat het besluit onvoldoende rekening hield met deze criteria en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 6 oktober 2020 werden vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd.