ECLI:NL:RVS:2022:2798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 10 oktober 2021 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 december 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtsvragen over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Denemarken reeds waren beantwoord in een eerdere uitspraak. Op grond daarvan oordeelde de Afdeling dat de grieven van de vreemdeling slaagden, het hoger beroep gegrond was en de uitspraak van de rechtbank vernietigd moest worden.
Het besluit van 10 oktober 2021 werd eveneens vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en werd het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag ongedaan gemaakt.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.