ECLI:NL:RVS:2022:2801
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 22 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 januari 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak beantwoordde de rechtsvragen over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Denemarken, waarbij het beschermingsbeleid voor Syrische vreemdelingen centraal stond. De Afdeling oordeelde dat de grieven gegrond zijn.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 december 2021. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van 22 december 2021 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.