ECLI:NL:RVS:2022:2816
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag wegens herhaalde overtredingen beroepsgoederenvervoer
De appellant, eigenaar van een koeriersbedrijf, vroeg een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan voor verlenging van zijn NIWO-vergunning. De minister weigerde de aanvraag vanwege diverse strafbeschikkingen binnen de terugkijktermijn, waaronder overtredingen van de Wet wegvervoer goederen en verkeersregels.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat hij niet wist dat een vergunning nodig was, dat sommige overtredingen door personeel waren begaan en dat een boete was geseponeerd.
De Raad van State oordeelde dat het objectieve criterium is voldaan omdat de geregistreerde feiten, indien herhaald, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie. De omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan zijn niet relevant voor deze beoordeling. Ook het subjectieve criterium werd niet overschreden, omdat de minister terecht het belang van de samenleving zwaarder liet wegen gezien de ernst, hoeveelheid en recente aard van de overtredingen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees op het feit dat appellant inmiddels een VOG heeft verkregen voor een rechtspersoon, maar dat een nieuwe aanvraag op eigen naam aan de actuele feiten zal worden getoetst.
De afwijzing van de VOG-aanvraag blijft daarmee in stand, en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens herhaalde justitiële antecedenten binnen de terugkijktermijn.