ECLI:NL:RVS:2013:2463
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na eerdere overtredingen
De staatssecretaris weigerde op 3 augustus 2012 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) ten behoeve van een chauffeurskaart, vanwege geregistreerde justitiële gegevens waaronder verkeersovertredingen en een geweldsdelict. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn belang bij afgifte zwaarder woog dan het risico voor de samenleving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het objectieve criterium leidend is: of de strafbare feiten, indien herhaald, een behoorlijke uitoefening van de functie verhinderen. De feiten zoals rijden onder invloed en snelheidsovertredingen zijn niet verenigbaar met de functie van taxichauffeur. Het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's weegt zwaarder dan het belang van appellant.
De Raad bevestigde dat de staatssecretaris terecht ook justitiële gegevens buiten de terugkijktermijn heeft meegewogen en dat het feit dat appellant al jaren als taxichauffeur werkt zonder problemen geen bijzondere omstandigheid vormt om afgifte van de VOG te rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege risico's voor de samenleving.