ECLI:NL:RVS:2022:2839
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich niet op nieuwe of relevante rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Raad van State overwoog dat de rechtsvraag in het hoger beroep reeds eerder was beantwoord in een eerdere uitspraak van 21 maart 2018, met betrekking tot de waarde van een voor echt gehouden paspoort. Het hoger beroep bood geen aanleiding om hiervan af te wijken.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van A.W.M. Bijloos op 3 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.