ECLI:NL:RVS:2018:1003
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nationaliteit vreemdeling en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, geboren in Asmara, Eritrea, vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, waarbij discrepanties bestonden tussen documenten: een Ethiopisch paspoort, een Eritrese identiteitskaart en een UNHCR-registratiekaart. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet de Ethiopische nationaliteit bezit.
De Raad van State oordeelde dat het Ethiopische paspoort geldig was en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat dit paspoort frauduleus was verkregen. De UNHCR-kaart werd niet als identiteitsbewijs erkend en de Eritrese identiteitskaart bood onvoldoende bewijs om de Ethiopische nationaliteit te ontkennen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.