ECLI:NL:RVS:2022:2877
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen bewaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 3 augustus 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevatte die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin zouden bevorderen, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 29 mei 2009.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.