ECLI:NL:RVS:2022:292
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onmiddellijke vertrekopdracht en vreemdelingenbewaring
Bij besluiten van 24 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en hem in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank, die deze beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 31 januari 2022 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.