ECLI:NL:RVS:2022:2933
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor wijziging melkveehouderij en weiden vee onder Wet natuurbescherming
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 14 oktober 2020 een natuurvergunning voor de wijziging van een melkveehouderij in Kedichem, waarbij het weiden van vee werd geweigerd. MOB en Leefmilieu stelden beroep in tegen deze beslissing, waarop de rechtbank Midden-Nederland het besluit vernietigde vanwege twijfel over de juistheid van de gebruikte Rav-emissiefactoren voor emissiearme stalsystemen en de onterechte weigering van de vergunning voor het weiden van vee.
Het college en MOB en Leefmilieu gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat de Rav-emissiefactoren waarschijnlijk de werkelijke ammoniakemissie onderschatten, waardoor een passende beoordeling vereist is. Tevens werd geoordeeld dat het weiden van vee en het houden in stallen één project vormen en samen beoordeeld moeten worden. De Afdeling stelde dat de aanvraag moet worden aangevuld met informatie over de gronden voor beweiding en de referentiesituatie van bemesting.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van het college gegrond en het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen waarbij de uitspraak van de Afdeling en rechtbank in acht worden genomen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond, en het college moet een nieuw besluit nemen over de natuurvergunning.