ECLI:NL:RVS:2022:2940
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor wijziging melkveehouderij met emissiearm stalsysteem en beoordeling weiden vee
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende een natuurvergunning voor wijziging van een melkveehouderij met een emissiearm stalsysteem, maar weigerde vergunning voor het weiden van vee. MOB en Leefmilieu stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank vernietigde de vergunning omdat de gebruikte emissiefactoren (Rav-emissiefactoren) voor emissiearme stallen waarschijnlijk de werkelijke ammoniakemissie onderschatten en de vergunning voor het weiden onterecht was geweigerd.
De Raad van State bevestigt dat het CBS-rapport en het CDM-advies concrete aanwijzingen geven dat de Rav-emissiefactoren voor emissiearme stallen, waaronder stalsysteem A1.13, de ammoniakemissie waarschijnlijk onderschatten. Hierdoor is niet met zekerheid vast te stellen dat de wijziging geen significante gevolgen heeft, waardoor een passende beoordeling vereist is. De Raad oordeelt ook dat het college mag uitgaan van naleving en handhaving van het bijbehorende leaflet, maar dat dit niet voldoende zekerheid biedt over de emissiefactor.
Ten aanzien van het weiden van vee volgt de Raad dat het weiden en het houden van vee in stallen één project vormen en samen beoordeeld moeten worden. Intern salderen met emissies van bemesting is toegestaan, ongeacht of mest van het eigen bedrijf of een ander bedrijf afkomstig is. Voor de referentiesituatie van bemesting is relevant dat de gronden voor de referentiedatum als landbouwgrond werden gebruikt en dat het bemesten daadwerkelijk plaatsvond. De aanvraag moet worden aangevuld met gegevens over de gronden die voor beweiden worden gebruikt en de referentiesituatie van bemesting.
Het hoger beroep van het college is gegrond, dat van MOB en Leefmilieu ongegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de uitspraak van de Afdeling en de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond, het beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond, en het college moet een nieuw besluit nemen met aanvullende gegevens over beweide gronden en bemestingsreferentiesituatie.