ECLI:NL:RVS:2022:2963
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling zonder verplichting tot beëdigde tolk
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 1 september 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 september 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. De kwestie over de verplichting tot het inschakelen van een beëdigde tolk was reeds eerder door de Afdeling beantwoord.
De Afdeling bevestigde dat de Koninklijke Marechaussee en politie alleen een beëdigde tolk hoeven in te schakelen indien dit noodzakelijk wordt geacht. In dit geval was het proces-verbaal van het gehoor duidelijk dat zowel de vreemdeling als de verbalisant het Engels voldoende beheersten, zodat het gebruik van een tolk niet noodzakelijk was.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.