ECLI:NL:RVS:2022:2975
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 november 2020, aangevuld op 22 december 2020, de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 maart 2021 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, waarbij voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag ligt, niet correct was toegepast. Dit volgt uit een recente uitspraak van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713). Op basis hiervan werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling vernietigde het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat deze een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag is vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.