ECLI:NL:RVS:2022:2976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag en heroverwegingsverzoek
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 1 juli 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd een verzoek om heroverweging van een eerder besluit van 8 maart 2018 afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, met name wanneer deze gebaseerd zijn op een eerder ongeloofwaardig geachte bekering. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:2713) waarin deze rechtsvraag is beantwoord.
Op grond hiervan oordeelt de Raad van State dat het hoger beroep gegrond is, vernietigt het besluit van 1 juli 2021 en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00.
Uitkomst: Het besluit van 1 juli 2021 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.