ECLI:NL:RVS:2022:3002
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoeken tot verwijdering politiegegevens wegens onjuistheid en discriminatie
De appellant verzocht bij de korpschef van politie om verwijdering van meerdere mutatierapporten waarin zijn persoonsgegevens en verklaringen waren opgenomen. Deze verzoeken werden afgewezen omdat de rapporten geen feitelijke onjuistheden bevatten en het correctierecht niet bedoeld is om meningen of indrukken te verwijderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat gevoelens van onrechtvaardigheid en discriminatie geen grond vormen voor verwijdering van de gegevens.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en stelde dat de mutaties onjuist waren en het gevolg van etnisch profileren door een agent. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het correctierecht uit artikel 28 Wpg Pro niet ziet op het corrigeren van meningen of conclusies waarmee iemand het niet eens is. Klachten over bejegening en discriminatie dienen via de klachtprocedure te worden behandeld.
De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van verzoeken tot verwijdering van politiegegevens wordt bevestigd.