ECLI:NL:RVS:2022:176
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inzage documenten over Nederlands communisme in de Koude Oorlog
Appellant heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om inzage in documenten over het Nederlandse communisme tijdens de Koude Oorlog. De minister heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels afgewezen op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), met name vanwege bescherming van bronnen, actuele werkwijzen en persoonsgegevens van derden.
Appellant maakte bezwaar tegen de gedeeltelijke weigering en stelde dat er meer documenten moesten zijn dan verstrekt. Na diverse besluiten en een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 2 juli 2018 vernietigde, stelde de minister het dossier opnieuw samen en verstrekte aanvullende inzage, waarbij bepaalde passages alsnog werden vrijgegeven.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak en het beroep tegen het besluit van 14 oktober 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat deze besluiten zijn vervangen. Het beroep tegen het besluit van 16 juni 2021 is ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelt dat de minister op juiste wijze heeft gemotiveerd waarom bepaalde passages niet zijn verstrekt en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er meer documenten zijn dan verstrekt.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar wordt wel verplicht het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden wegens het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer J.Th. Drop.
Uitkomst: Het hoger beroep en een eerder beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het laatste besluit ongegrond, en de minister moet het griffierecht vergoeden.