ECLI:NL:RVS:2022:3045
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering staatssecretaris
De vreemdeling uit Oeganda verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar lesbische geaardheid en de problemen die zij daardoor in haar land ondervond. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij het asielrelaas niet geloofwaardig achtte. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid had gegeven zonder de motivering van het besluit te toetsen. De Afdeling oordeelde echter dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris zich onterecht op tegenstrijdigheden in het relaas had gebaseerd, terwijl de vreemdeling deze tegenstrijdigheden tijdens het nader gehoor adequaat had toegelicht.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag moet beslissen en de proceskosten aan de vreemdeling moet vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep staatssecretaris ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd; staatssecretaris moet opnieuw beslissen en proceskosten vergoeden.