ECLI:NL:RVS:2022:3060
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 september 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was, zodat werd bepaald dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling in afwachting van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet zijn proceskosten vergoeden.