ECLI:NL:RVS:2022:3061
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloofwaardigheid bekering
Bij besluit van 23 november 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij het opnieuw nemen van het besluit ook de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde bekering, de geloofsgroei en afvalligheid moet beoordelen. Dit oordeel volgt uit een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 28 september 2022.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee is het eerdere oordeel van de rechtbank aangepast en wordt de staatssecretaris verplicht tot een zorgvuldige herbeoordeling van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen inclusief de geloofwaardigheid van de bekering.