ECLI:NL:RVS:2022:3064
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 17 september 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, waarbij voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag ligt, niet correct was toegepast. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713). Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad van State vernietigde tevens het besluit van 17 september 2021 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.277,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.