ECLI:NL:RVS:2022:3100
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 juli 2021 opnieuw werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 24 augustus 2022 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier N. Tibold, op 27 oktober 2022. De proceskostenvergoeding bedroeg € 759,00, toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.