ECLI:NL:RVS:2022:3104
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 september 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 september 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter baseerde zich hierbij op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek een bedrag van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.