ECLI:NL:RVS:2022:3113
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 maart 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State onderzocht de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, met name wanneer deze gebaseerd zijn op een voortgezette bekering die eerder als ongeloofwaardig werd beoordeeld. Gelet op een recente uitspraak van de Afdeling van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713) oordeelde de Raad dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht en dat het eerdere oordeel niet zonder meer kon worden overgenomen.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De zaak wordt terugverwezen zodat de staatssecretaris een nieuw besluit kan nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het vonnis van de rechtbank worden vernietigd; de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.