ECLI:NL:RVS:2022:3161
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering in- en uitrit op gemeentelijke grond
Appellanten, bewoners van een woning in Wageningen, wilden een deel van de naastgelegen grond gebruiken als parkeerplaats met in- en uitrit. De grond was eigendom van de gemeente, die eerder de gebruiksovereenkomst met de vorige bewoners had laten vervallen. De Woningstichting verleende aanvankelijk toestemming, maar trok deze in toen bleek dat de grond eigendom was van de gemeente.
Het college van burgemeester en wethouders weigerde op 13 augustus 2019 de melding van appellanten voor een in- en uitrit toe te staan, omdat dit ten koste ging van openbaar groen en zonder toestemming van de gemeente was uitgevoerd. Het bezwaar van appellanten tegen deze weigering werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbenden waren bij de melding.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, stellende dat de melding niet kan worden verwezenlijkt zonder toestemming van de eigenaar, de gemeente. Appellanten voerden in hoger beroep onder meer strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur aan, maar de Raad van State oordeelde dat de melding geen aanvraag is en dat de niet-ontvankelijkheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.