ECLI:NL:RVS:2022:3169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. De vreemdeling, van Somalische nationaliteit, wilde verblijf verkrijgen bij zijn dochter op grond van het arrest Chavez-Vilchez. De staatssecretaris vond dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten omdat zijn dochter meerderjarig was en hij zijn identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig had aangetoond.
De vreemdeling stelde dat voor hem een minder zware bewijslast geldt en dat hij zijn identiteit aannemelijk had gemaakt met een nationaliteitsverklaring van de Somalische ambassade en een aanvraagformulier voor een paspoort. De rechtbank oordeelde echter dat deze documenten onvoldoende waren omdat de nationaliteitsverklaring niet gelegaliseerd was en het aanvraagformulier geen bewijs van identiteit bood.
Verder concludeerde de rechtbank dat de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit ook niet met andere middelen aannemelijk had gemaakt, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaats en achtergrond. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze beoordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt bevestigd.