ECLI:NL:RVS:2022:3203
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 oktober 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel dat de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel terecht is afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.