ECLI:NL:RVS:2022:3226
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing extra uren rechtsbijstand wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand om haar verzoek om extra uren rechtsbijstand in een strafzaak af te wijzen. De advocaat had aanvankelijk 40 extra uren gevraagd en later opnieuw 40 extra uren, omdat zij meer tijd verwachtte nodig te hebben voor getuigenverhoren en nadere onderzoeken. De raad wees beide verzoeken af, stellende dat de zaak niet bewerkelijk was en dat sprake was van een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van de advocaat ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het tweede verzoek geen herhaalde aanvraag was omdat het zag op toekomstige werkzaamheden die bij het eerste verzoek niet voorzien waren. De raad had ten onrechte het tweede verzoek afgewezen met verwijzing naar het eerste besluit zonder nieuwe motivering.
Verder concludeerde de Afdeling dat het beleid van de raad om extra uren toe te kennen afhankelijk te stellen van de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak, waarbij het aantal gewerkte uren niet als criterium geldt, onvoldoende recht doet aan de omvang van het daadwerkelijk gewerkte aantal uren. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg de raad op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand om extra uren rechtsbijstand af te wijzen wordt vernietigd en de raad moet een nieuw besluit nemen.