ECLI:NL:RVS:2022:3267
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico terugkeer Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 juni 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 16 september 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling door de staatssecretaris van het risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Iran vanwege afvalligheid of atheïsme. De staatssecretaris achtte de afvalligheid niet geloofwaardig omdat de vreemdeling nooit in de islam had geloofd en geen problemen had ondervonden met Iraanse autoriteiten. Wel erkende hij dat de vreemdeling niet religieus was.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet had onderzocht wat de gevolgen van een ondervraging door Iraanse autoriteiten kunnen zijn, ook al had de vreemdeling in het verleden geen problemen ervaren. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 22 juni 2022 vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.