ECLI:NL:RVS:2022:33
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 december 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 5 januari 2022 beslist dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden. Deze kosten zijn toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter baseerde zich onder meer op eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:457). De uitspraak werd gedaan in het openbaar en is gericht op het waarborgen van de rechtspositie van de vreemdeling gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.