ECLI:NL:RVS:2022:3317
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek op grond van geheimhoudingsplicht belastinggegevens
De appellant verzocht bij de Belastingdienst om alle dossiers en informatie die vanaf 1 januari 1996 over hem beschikbaar zijn, op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De staatssecretaris van Financiën wees dit verzoek af vanwege de geheimhoudingsplicht van artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Het bezwaar tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen de belastingrechter bevoegd is voor dergelijke vorderingen.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris werd bevestigd. De appellant stelde in hoger beroep dat het verzoek niet ziet op fiscale aanslagen maar op stukken die inzicht geven in de onderzoeksmethoden en informatie die de Belastingdienst over hem hanteert.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat alle gevraagde informatie fiscaal van aard is en onder de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr Pro valt. Deze bijzondere regeling gaat voor op de Wob. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek bevestigd vanwege de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr.