ECLI:NL:RVS:2022:3365
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake weigering verblijfsvergunning en gezinsleven artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een Iraanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, evenals de ambtshalve weigering om haar dochter een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering over de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdeling tot het christendom.
In hoger beroep betwistte de staatssecretaris niet de ondeugdelijke motivering over de bekering, maar richtte zijn grief op de beoordeling van het gezinsleven van de dochter en haar Egyptische vader in relatie tot artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris een onderzoeksplicht oplegde over het land waar het gezin zou kunnen verblijven en bevestigde dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat het gezinsleven in Iran of Egypte objectief wordt belemmerd.
De staatssecretaris had de feiten en omstandigheden beoordeeld en geoordeeld dat geen objectieve belemmering bestond, mede omdat ongehuwd samenwonen in Iran en Egypte weliswaar moeilijk maar niet onmogelijk is. De vreemdeling had onvoldoende onderbouwd dat zij niet kon scheiden van haar Iraanse echtgenoot of dat haar partner niet in Iran kon verblijven.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het beroep tegen het besluit van 9 november 2021 werd verwezen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, voor verdere behandeling. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden.