ECLI:NL:RVS:2022:338
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 16 december 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen uitzetting en om opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, waarbij de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 2 februari 2022 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. R.M. Renting.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.