ECLI:NL:RVS:2022:340
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 3 december 2021 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord met betrekking tot de implementatie van de grensprocedure.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.