ECLI:NL:RVS:2022:3407
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing exploitatievergunning passagiersvaart Amsterdam
Appellante vroeg op 8 november 2016 een exploitatievergunning aan voor het vervoeren van passagiers met een bedrijfsvaartuig in het segment Bemand groot. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag op 12 februari 2018 af vanwege een vergunningstop die op 13 juni 2017 was ingesteld. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank het besluit en werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het college handhaafde de afwijzing in een besluit van 16 februari 2022, waarbij het de aanvraag beoordeelde aan de hand van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob) en het Reglement voor uitgifte van exploitatievergunningen passagiersvaart (GWT-Reglement). De Afdeling bestuursrechtspraak stelde op 8 juni 2022 vast dat het college ook het GWT-Reglement had moeten betrekken bij de beoordeling en gaf het college gelegenheid tot nadere motivering.
Het college motiveerde dat de aanvraag ook op grond van het GWT-Reglement afgewezen moest worden, met name vanwege artikel 16 dat Pro het college het recht geeft vergunningen in te trekken als omzetting van oude vergunningen in rechte geen stand houdt. De Afdeling oordeelde dat het college terecht dit artikel kon toepassen en dat appellante niet onevenredig werd benadeeld. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit van 16 februari 2022 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 16 februari 2022 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.