ECLI:NL:RVS:2022:3429
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens trok hij het hoger beroep in na ontvangst van een brief van de staatssecretaris waarin werd meegedeeld dat hem alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was verleend.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan in een dergelijk geval het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling tegemoet was gekomen en het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,00 aan proceskosten, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 23 november 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep door de vreemdeling.