ECLI:NL:RVS:2022:3444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet-toekenning proceskostenvergoeding bij bewaring vreemdeling
Bij besluit van 25 september 2022 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de enige grief betrekking had op de proceskostenvergoeding in verband met een gebrek in de voorafgaande ophouding. Gezien eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2018:1498) werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de proceskosten niet had toegekend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de staatssecretaris niet veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,00 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,00 aan proceskosten.