ECLI:NL:RVS:2022:3450
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in behandeling neming verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 september 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 november 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om zijn voorgenomen overdracht op 25 november 2022 te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken, een voorlopige voorziening als ordemaatregel passend was. Deze voorziening houdt in dat de voorgenomen overdracht op 25 november 2022 niet zal plaatsvinden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarmee toegewezen als ordemaatregel, met een nader te bepalen uitspraak over het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de beroepstermijn.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 25 november 2022 wordt uitgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.