ECLI:NL:RVS:2022:3461
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 augustus 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 november 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is naar de gronden die de vreemdeling in hoger beroep heeft aangevoerd. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 25 november 2022, in aanwezigheid van griffier E.L. Iedema. De beslissing betreft een voorlopige voorziening in het kader van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.