ECLI:NL:RVS:2022:3465
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in-behandeling-neming verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 oktober 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft op 25 november 2022 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling, gepland op 29 november 2022 om 9:25 uur, niet zal plaatsvinden. Deze maatregel is getroffen omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken. De voorzieningenrechter heeft tevens bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden.
De uitspraak betreft een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure op het gebied van vreemdelingenrecht, waarbij de rechter een tijdelijke maatregel treft om de belangen van de vreemdeling te beschermen gedurende de procedure bij de Raad van State. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verband houden met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 29 november 2022 wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.