ECLI:NL:RBDHA:2022:12915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen Dublinbesluit inzake minderjarigheid Eritrese vreemdeling
Eiser, een Eritrese vreemdeling, stelde minderjarig te zijn en vroeg Nederland om een verblijfsvergunning asiel. Nederland nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij minderjarig is, maar kon dit niet onderbouwen met officiële documenten. Een leeftijdsonderzoek en informatie van Roemeense autoriteiten wezen uit dat hij als meerderjarige staat geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat Nederland terecht uitgaat van de registratie in Roemenië op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze registratie onzorgvuldig is. De schoolpas die hij overlegd heeft, is onvoldoende als bewijs van minderjarigheid. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert of plausibele verklaringen gegeven voor het ontbreken van officiële documenten.
Eiser voerde ook aan dat terugkeer naar Roemenië onaanvaardbaar is vanwege slechte behandeling, maar de rechtbank stelde dat verweerder terecht uitgaat van het vertrouwen dat Roemenië zijn verplichtingen nakomt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublinbesluit wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen.