ECLI:NL:RVS:2022:3477
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 maart 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State onderzocht de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt wanneer deze gebaseerd zijn op een eerder ongeloofwaardig geachte bekering. De Afdeling verwijst hierbij naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:2713) waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris in dergelijke gevallen niet op juiste wijze handelt.
Op grond hiervan verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 1 december 2021. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.