ECLI:NL:RVS:2022:3502
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergunningplicht koekoek en weigering omgevingsvergunning vanwege aantasting stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde een omgevingsvergunning voor het realiseren van een koekoek aan de achterzijde van het souterrain en het verwijderen van een gemetselde schoorsteen. De rechtbank verklaarde de koekoek vergunningvrij, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de koekoek vergunningplichtig is omdat deze deels ondergronds ligt en niet voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen.
De Afdeling overweegt dat de koekoek een bijbehorend bouwwerk is en dat de systematiek van het Besluit omgevingsrecht (Bor) niet toestaat dat de koekoek als restcategorie vergunningvrij is. Vervolgens beoordeelt de Afdeling de belangenafweging van het college omtrent de weigering van de vergunning. Het college heeft gemotiveerd dat de koekoek de karakteristiek van het beschermde stadsgezicht onevenredig aantast door stapeling van atypische elementen.
De Afdeling acht het college bevoegd om de aanvraag kritisch te toetsen en concludeert dat de weigering niet onevenredig is in verhouding tot de doelen van het besluit. Het argument dat het souterrain zonder koekoek niet als woonruimte kan worden gebruikt, weegt niet zwaarder dan het belang van het stadsgezicht. De Afdeling verklaart het hoger beroep van het college gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de partij ongegrond.
Uitkomst: De koekoek is vergunningplichtig en de weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand vanwege onevenredige aantasting van het stadsgezicht.