ECLI:NL:RVS:2022:3524
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunningaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 10 oktober 2022 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroepstermijn nog niet was verstreken en besloot bij wijze van ordemaatregel de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 1 december 2022 achterwege te laten. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming tegen onmiddellijke uitvoering van de overdracht, totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening na het verstrijken van de termijn. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier M. van Wezep.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 1 december 2022 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.