ECLI:NL:RVS:2022:3963
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing van verzoek om verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 oktober 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 28 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Bij een eerdere uitspraak op 30 november 2022 werd een ordemaatregel getroffen waardoor de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 1 december 2022 werd uitgesteld.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.