ECLI:NL:RVS:2022:353
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico's terugkeer Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 oktober 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de risico's die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van 19 januari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:93), waarin werd vastgesteld dat een gedegen onderzoek en beoordeling noodzakelijk is indien afvalligheid of atheïsme geloofwaardig wordt geacht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van € 2.277,00 aan de vreemdeling moet vergoeden. De zaak werd daarmee zelf afgedaan.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar risico's bij terugkeer naar Iran.