ECLI:NL:RVS:2022:3552
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens onbetrouwbaar document
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van de vreemdeling opnieuw niet-ontvankelijk omdat het overgelegde document waarschijnlijk niet door de genoemde instantie was afgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de situatie verschilt van het arrest LH van het Hof van Justitie, omdat hier het document als onbetrouwbaar is beoordeeld op basis van een onderzoeksrapport van Bureau Documenten. De staatssecretaris heeft voldaan aan zijn samenwerkingsplicht door het document te laten onderzoeken en de vreemdeling gelegenheid te geven te reageren.
Verder is geoordeeld dat de vreemdeling geen aannemelijk risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro heeft gesteld, omdat zijn vrees ongeloofwaardig is en onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.