ECLI:NL:RVS:2022:3555
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling wegens medische gronden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 februari 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek af. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) als grondslag voor het besluit heeft gebruikt. De vreemdeling stelde dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of in het land van terugkeer behandelmogelijkheden bestaan en of deze feitelijk toegankelijk zijn. De Afdeling verwierp dit betoog, verwijzend naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en eerdere uitspraken van de Afdeling.
Het arrest C.K. t. Slovenië bepaalt dat reisvereisten zoals fysieke overdracht bij terugkeer, tenzij tegenbewijs wordt geleverd, voldoende zijn om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling de informatie over fysieke overdracht niet inhoudelijk had bestreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek bevestigd.