ECLI:NL:RVS:2022:3585
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij bezwaar inzake AVG-verzoek
Appellante heeft een verzoek om inzage in haar persoonsgegevens ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na een bezwaarprocedure waarbij het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens ontbrekende gronden, stelde de rechtbank dit besluit in november 2021 buiten werking. Vervolgens werd inhoudelijk op het bezwaar beslist.
Appellante vroeg een toevoeging voor rechtsbijstand aan bij de Raad voor Rechtsbijstand, welke werd afgewezen omdat de zaak niet complex genoeg was om advocaatbijstand te rechtvaardigen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de procedure juridisch en feitelijk complex was, mede vanwege procesverloop en adviezen bij het bezwaarbesluit. De Raad van State oordeelde echter dat het feit dat een advocaat de procedure heeft versterkt niet betekent dat diens bijstand noodzakelijk was. Ook werd gewezen op het beleid dat AVG-verzoeken als zelfredzaam worden beschouwd.
De Raad van State concludeerde dat de aanvraag terecht is afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De procedure werd niet als zodanig complex beoordeeld dat toevoeging voor rechtsbijstand noodzakelijk was.
Uitkomst: De aanvraag om toevoeging voor rechtsbijstand is afgewezen omdat de zaak niet complex genoeg is voor advocaatbijstand.