ECLI:NL:RVS:2022:3603
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie briefadres bij aanwezigheid woonadres
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 17 maart 2020 om het adres van appellant als briefadres te registreren in de basisregistratie personen (brp), omdat appellant volgens het college een woonadres had. Appellant was eerder uitgeschreven na een adresonderzoek en had het briefadres aangevraagd omdat hij van de verhuurder geen toestemming kreeg om het adres als woonadres te registreren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door het ontbreken van een briefadres zijn post niet regelmatig kan ontvangen en dat dit tot nadelige gevolgen voor zijn uitkering leidde.
De Raad van State oordeelt dat de Wet brp vereist dat een briefadres alleen wordt geregistreerd als er geen woonadres is. Het feit dat de verhuurder geen toestemming geeft, doet hieraan niet af. De feitelijke situatie bepaalt het woonadres. De hardheidsclausule uit de Regeling briefadres gemeente Rotterdam 2015 is niet van toepassing omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. De Raad van State bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot registratie van het briefadres bevestigd.