ECLI:NL:RVS:2022:764
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging registratie als vertrokken onbekend waarheen na adresonderzoek in Almere
Het college van burgemeester en wethouders van Almere registreerde appellanten in de basisregistratie personen als 'vertrokken onbekend waarheen' na een adresonderzoek vanwege signalen dat zij niet op hun woningadres verbleven.
Appellanten voerden aan dat zij wel degelijk op het adres wonen en bereikbaarheid per post en contact met instanties toonden dit aan. De rechtbank oordeelde echter dat aan de voorwaarden van artikel 2.22 Wet brp was voldaan, omdat appellanten niet in persoon bereikbaar waren en geen verhuisaangifte hadden gedaan.
De Raad van State bevestigt dit oordeel. Uit het onderzoek bleek dat appellanten niet persoonlijk aanwezig waren bij huisbezoeken, er geen meubels in de woning stonden en getuigenissen van buren waren onvoldoende om bereikbaarheid in persoon aan te tonen. Reacties op post zijn niet gelijk aan bereikbaarheid in persoon.
Ook de subsidiaire aanvraag van een briefadres leidt niet tot vernietiging, omdat een briefadres alleen kan worden toegekend als een woonadres ontbreekt, wat hier niet is vastgesteld.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.